In de Vinkenbuurt kijken ze naar elkaar om

Logo Okay IJsHerman Baas heeft mooie herinneringen aan de Vinkenbuurt. Hij groeide er op en bracht er zijn jeugd door. Toen was zijn achternaam overigens Beelen (naar zijn moeder) en later Buist en Kamst (naar zijn stiefvaders). Zijn huidige naam dankt hij aan zijn vrouw: ze besloten samen dat hij voortaan haar achternaam zou gebruiken. “Ik had toen geen idee dat het hier Nieuwstraatkwartier heette. Ik dacht altijd dat Vinkenplein de officiële naam was.”

Herman woonde lang op de hoek van de Nachtegaalsraat en de Zwaluwenstraat: “Ik was veel bij mijn oma, mevrouw van Beelen. Die had het huis geërfd van haar vader, meneer Obbens. Mijn oma had een sigarettenwinkeltje. Later verhuisde ik met mijn moeder, stiefvader en andere gezinsleden naar Zwaluwenstraat 14. Ik vond het jammer dat mijn oma niet mee ging. Tegenover ons had lang het snoepwinkeltje van mevrouw Ring gezeten. Later begon mijn moeder in de schuur een winkeltje. Je kwam er door de steeg vanaf het Vinkenpleintje. In het weekend was het vaak partytime in de wijk. Kinderen kregen dan geld om bij mijn moeder snoepjes te halen. Een treiterkop wilde voor een gulden kauwgomballen. Die waren een cent per stuk. Mijn moeder bleef tellen. En wij ook, want de kinderen werden ingeroosterd om in het winkeltje te werken en spullen te verkopen. Zo nodig ook om honderd kauwgomballen te tellen.

Later kregen we een vriezer met Okay-ijs. En frikadellen en andere frituurproducten bleken populair. Curry ook trouwens, die haalden we uit Duitsland, want je kon dat hier nauwelijks krijgen. Net als zeelak: dat smeerde je op een toastje me een plakje ei erop. Toen vond ik het heerlijk, maar laatst heb ik het weer geproefd en vond ik het maar matig. Mensen haalden spullen voor elkaar: als er iemand naar Nordhorn reed, nam hij voor de halve straat boodschappen mee.

Ik vond het een fijne buurt om op te groeien. Ik ging naar de Zwaluwenschool. Er was een mooi speelterrein bij. Als het vroor, liet de hoofdonderwijzer meneer Schulting het met de brandslang onder water lopen. Dan hadden we een ijsbaan. Mijn beste vak was schaken: dat deden we het laatste lesuur op vrijdag. Sommige kinderen vonden me een beetje een mietje, want ik hield niet van voetballen maar van dansen. Ik zat zo’n beetje elke dag bij dansschool Veenstra. Eerst bij de kinderclubs en later bij de volwassenen. Een tijdje deed ik allebei. En omdat ik tussendoor hielp bij de verbouwing aan de Sesastraat, bleef ik ook vaak eten. Net voor ze in 2017 gingen sluiten, heb ik er nog mijn vijftigste verjaardag kunnen vieren.

Hij houdt van de saamhorigheid in de Vinkenbuurt. Je drinkt met elkaar voor het huis een biertje en viert feesten zoals voetbalkampioenschappen met elkaar. Met de televisie in een partytent en het plein helemaal oranje. Mensen zorgen ook voor elkaar en letten op. Als vreemdeling loop je niet zomaar een huis binnen. En als iemand aan het eind van de maand een beetje krap zit, dan gaan de pannetjes in de buurt rond. Maar als je nieuw bent, moet je wel je best doen om deel van de buurt te worden.

Heman verhuisde uit de Vinkenbuurt en zat vier jaar in de gemeentelijke politiek. Daar leerde hij veel. Ook in de twaalf jaar dat hij in het landelijke bestuur van de ANWB zat. “Ik ben nu actief in het Nieuwstraatkwartier. Ik dacht mee over het ontwerp van de nieuwe Nieuwstraat en hielp mee bij het beoordelen van de aannemers die het werk willen uitvoeren. De gemeente betrekt ons echt bij wat er in de wijk gebeurt. Het is mooi dat we nu de riolering wordt vervangen een betere straat terugkrijgen.”

You may also like...

Uw e-mail bericht wordt niet gepubliceerd. Naam en e-mail velden zijn verplicht